Indie Album Classics. The Pixies - Doolittle
Eerst even een korte introductie, want wat is de bedoeling van deze serie over indie-classics. Welnu, een independent, of kortweg indie, label doet niets anders dan buiten de grote platenmaatschappijen om platen op de markt brengen van meestal vrij onbekende artiesten die zich nog moeten bewijzen. Veel grote namen zijn ooit als indie-act begonnen, noem een REM, Nirvana, Radiohead en ga zo maar verder. Met de komst van het internet en de moderne ontwikkelingen omtrent de muziekindustrie is het begrip 'indie' een beetje een vaag aan het worden. Artiesten kunnen nu met een zeer beperkt budget eigenhandig hun werk de wereld insturen en zo hopen ooit ontdekt te worden.
Wat we in deze serie absoluut niet van plan zijn is rangschikken, we behandelen albums die eigenlijk iedereen gehoord en wellicht ook in huis zou moeten hebben. Albums die ondanks de kleinschaligheid van hun indie-label toch diepe sporen hebben nagelaten. De eerste in deze hopelijk almaar groeiende serie van klassiekers is het tweede album van de legendarische Pixies; "Doolittle".
Het was het tweede studioalbum van volle lengte dat het illustere viertal produceerde en wat vaak een heel groot probleem is, namelijk het maken van een tweede album na een heel erg succesvol eerste, lukte boven verwachting goed. En wat misschien nog wel het frapantste aan het hele verhaal is, ze gooide eigenlijk heel veel van wat op voorganger "Surfer Rosa" zo goed werkte overboord en gingen voor een gladdere sound dat voor een groot deel was toe te schrijven aan de Engelse producer Gil Norton die op de stoel van Steve Albini was gaan zitten (Albini produceerde "Surfer Rosa").
Veel verandering in productie en eindmix dus, maar gelukkig bleven de Pixies nog wel ergens zichzelf. Zo gaan de texten op Doolittle nog altijd ouderwets over vergankelijkheid, marteling en bloedvergieten. Dappere stappen zou je het kunnen noemen, maar eigenlijk is het precies wat je van de Pixies had kunnen verwachten, ze deden immers nooit het voor de hand liggende. De Pixies bestonden in deze dagen nog altijd uit dezelfde vier neuzen als waarmee ze in 1986 in Boston begonnen; Black Francis (voor velen beter bekend als Frank Black), Joey Santiago, Kim Deal en David Lovering.
Vrijwel al het schrijfwerk werd zoals gewoonlijk gedaan door Francis, met uitzondering van "Silver" welke hij samen met Kim Deal Schreef, en in de zomer van 1988 worden de eerste demo's opgenomen in Boston en in London bij de legendarische John Peel voor zijn wereldberoemde radioprogramma.
De uiteindelijke demo kreeg van Francis eerst de titel "Whore", maar dan wel "Whore" in de bijbelse zin van het woord, zo legde Francis later uit. Hierin doelt hij op de "Whore" als één van de gedaanten van de antichrist.
In dit stadium was er nog geen producer aangesteld, maar bandmanager Ken Goes had er al wel twee op het oog. De band had zelf geen voorkeur, maar labelbaas Watts-Russel van het label 4AD waar ze indertijd onderdak hadden, had een voorkeur voor de Brit Gil Norton (o.a. producer van Echo and the Bunnymen, Foo Fighters, Dashboard Confessional, Maximo Park, The Strokes, etc., etc.) de andere optie is hierna nooit meer benaderd.
Wat we in deze serie absoluut niet van plan zijn is rangschikken, we behandelen albums die eigenlijk iedereen gehoord en wellicht ook in huis zou moeten hebben. Albums die ondanks de kleinschaligheid van hun indie-label toch diepe sporen hebben nagelaten. De eerste in deze hopelijk almaar groeiende serie van klassiekers is het tweede album van de legendarische Pixies; "Doolittle".
Het was het tweede studioalbum van volle lengte dat het illustere viertal produceerde en wat vaak een heel groot probleem is, namelijk het maken van een tweede album na een heel erg succesvol eerste, lukte boven verwachting goed. En wat misschien nog wel het frapantste aan het hele verhaal is, ze gooide eigenlijk heel veel van wat op voorganger "Surfer Rosa" zo goed werkte overboord en gingen voor een gladdere sound dat voor een groot deel was toe te schrijven aan de Engelse producer Gil Norton die op de stoel van Steve Albini was gaan zitten (Albini produceerde "Surfer Rosa").
Veel verandering in productie en eindmix dus, maar gelukkig bleven de Pixies nog wel ergens zichzelf. Zo gaan de texten op Doolittle nog altijd ouderwets over vergankelijkheid, marteling en bloedvergieten. Dappere stappen zou je het kunnen noemen, maar eigenlijk is het precies wat je van de Pixies had kunnen verwachten, ze deden immers nooit het voor de hand liggende. De Pixies bestonden in deze dagen nog altijd uit dezelfde vier neuzen als waarmee ze in 1986 in Boston begonnen; Black Francis (voor velen beter bekend als Frank Black), Joey Santiago, Kim Deal en David Lovering.
Vrijwel al het schrijfwerk werd zoals gewoonlijk gedaan door Francis, met uitzondering van "Silver" welke hij samen met Kim Deal Schreef, en in de zomer van 1988 worden de eerste demo's opgenomen in Boston en in London bij de legendarische John Peel voor zijn wereldberoemde radioprogramma.
De uiteindelijke demo kreeg van Francis eerst de titel "Whore", maar dan wel "Whore" in de bijbelse zin van het woord, zo legde Francis later uit. Hierin doelt hij op de "Whore" als één van de gedaanten van de antichrist.
In dit stadium was er nog geen producer aangesteld, maar bandmanager Ken Goes had er al wel twee op het oog. De band had zelf geen voorkeur, maar labelbaas Watts-Russel van het label 4AD waar ze indertijd onderdak hadden, had een voorkeur voor de Brit Gil Norton (o.a. producer van Echo and the Bunnymen, Foo Fighters, Dashboard Confessional, Maximo Park, The Strokes, etc., etc.) de andere optie is hierna nooit meer benaderd.
pagina 1 | pagina 2 |


Leuk! Ben meteen weer eens gaan luisteren! Blijft toch waanzinnig die Pixies!!
Volledig mee eens!